Verslag

Een avondje met Raumlabor-Berlin

Op dinsdag 28 februari 2012 mocht Architectuurwijzer Benjamin Foerster-Baldenius verwelkomen in Hasselt. Hij kwam een lezing geven over het Duitse architectencollectief dat hij met 7 andere architecten oprichtte. Namelijk Raumlabor-Berlin.

Verslag door Djamo van Luttervelt

 Raumlabor beschrijft zichzelf als een ‘experimental architectural practice’. Al snel zou voor de aanwezigen die avond duidelijk worden wat dit wilde betekenen. Raumlabor houdt zich namelijk niet bezig met het ontwerpen van woonhuizen. Ze willen het leven in de stad optimaliseren in samenwerking met diens bewoners. Ze willen de relaties in de gemeenschap verbeteren terwijl ze voor de maatschappelijke problematiek die er heerst een oplossing tracht te zoeken. En als er geen oplossing is, dan op zijn minst de aandacht van de plaatselijke politiek erop vestigen.

 

Foerster-Baldenius gebruikte een quote van de Franse socioloog Henry Lefebvre om de filosofie achter Raumlabor te verduidelijken: “Space is a product of social translation, transformation and experience.”

 

Het Polylemma

“Een ‘Polylemma’ is de basis die je nodig hebt voor het beoefenen van architectuur”, legde Foerster-Baldenius uit. “Een polylemma is eigenlijk een grote hoeveelheid dilemma’s. En Raumlabor stelt 12 grote dillema’s. Enkele daarvan zijn dat we te veel tijd spenderen op lelijke locaties (werk, bushalte, luchthaven, …), dat we te graag mobiel zijn (ondanks de grote vervuiling die dit teweegbrengt) en dat wij meer afval maken dan we kunnen verwerken.”

Om de idee achter de 12 grote dillema’s van Raumlabor samen te vatten: de inwoners van onze grootse consumptiemaatschappij engageren zich niet meer om sociale problemen en lelijkheden op te lossen.

Het is onmogelijk om de wereld te verbeteren met enkel architecturale projecten. Maar dat houdt Raumlabor niet tegen om het te proberen. “Werken in publieke plaatsen is onze primaire focus”, vertelde Foerster-Baldenius, “we bekijken de plaatselijke problematiek binnen de ruimtes die we zelf creëren.” Dit klinkt misschien abstract, maar hij verduidelijkte het meteen.

 

Eichbaumoper, 2009

Tussen Essen en Mülheim bevindt zich een oud betonnen metrostation, halte Eichbaum. Het was er gevaarlijk en slecht onderhouden. Men maakte er wel gebruik van, maar niet zonder de angst om er bestolen of aangevallen te worden. De overheidsinstanties hadden het al opgegeven om het er beter te maken, dus wilde Raumlabor er zijn kunsten op los laten.

Het moest een operahuis worden. Er werden bijeenkomsten georganiseerd om netwerken op te starten tussen geëngageerde groepen. Zo kon iedereen zijn input doen in het project. Op deze manier de gemeenschap bij elke stap van het project betrekken is een constante in het werk van Raumlabor.

 

Uiteindelijk werd een show geschreven voor en door de plaatselijke gemeenschap. Het werd een opera die de problemen rond Eichbaum vertelde. Deze voorstelling werd 12 maal gespeeld op 3 weekenden. En ze waren allemaal uitverkocht.

Toen het project voorbij was, vond Raumlabor niet dat het Eichbaumstation aan zijn lot overgelaten mocht worden. Het wilde de gemeenschap blijven motiveren zich in te zetten om hun publieke plaatsen optimaal te benutten. Dus werd er van alles georganiseerd. Van exposities tot bokswedstrijden, waar zelfs enkele Duitse kampioenen kwamen vechten.

De bedoeling is om de plaatselijke politici te overtuigen van het belang van permanente veranderingen en zo het metrostation een blijvende meerwaarde te maken voor de gemeenschap.

 

The Architecture of Performance

Toen Benjamin Foerster-Baldenius voor het eerst van het concept Architecture of Performance hoorde, wist hij niet goed wat hij er zich bij moest voorstellen.

“‘Architecture of performance’ wil eigenlijk zeggen dat architectuur zelf een voorstelling brengt. In plaats van acteurs op een podium gaat het hier over architectuur in een sociaal decor.” Foerster-Baldenius  besprak drie projecten die Raumlabor rond dit concept opgezet heeft.

 

1. Cantiere Barca, juni 2011 - De bedoeling van de workshop “Cantiere Barca” was om een ontmoetingsplaats te creëren waar jongeren uit Barca en Bertolla, buitenwijken van Turijn, konden samenkomen.

Er was in Barca eigenlijk niets om de jeugd bezig te houden. Het is ook niet direct een vanzelfsprekende plaats om op te groeien. Dit project richtte zich op het motiveren van de jeugd om creatief te zijn met wat ze er ter beschikking hadden en positief gebruik te maken van publieke plaatsen.

Met een klein budget van € 5000 veranderde Raumlabor, samen met de plaatselijke jeugd, de toenmalige stedelijke situatie in een comfortabele publieke plaats. En terwijl ze bankjes, podia en interactieve kunstwerken in elkaar knutselden, leerden de jongeren werken met gereedschap om hout te bewerken.

 

2. Officina Roma, december 2011 - In de toekomst zullen bouwmaterialen alleen maar duurder worden, redeneert Raumlabor. Het zal nog zo ver komen dat alleen de rijke investeerders het kunnen betalen. Daarom zagen de architecten het als hun opdracht om na te denken over no-cost solutions voor de toekomst.

Officina Roma is een huis dat volledig is opgebouwd uit afval. Om een van hun 12 grote dillema’s op te lossen, moet er zoveel mogelijk gerecycleerd worden. Dit lieten ze zien in dit project.

Raumlabor liet 24 leerlingen uit het middelbare onderwijs van over heel Italië naar Rome komen om samen dit een week durende project te voltooien.

Ze bouwden een keuken met oude glazen flessen en een slaapkamer met tweedehands autodeuren. De centrale leefzone werd gerealiseerd met oude houten ramen en afgedankte meubelen. Het dak boven het geheel was gemaakt van oude olievaten.

Het punt van dit project was om duidelijk te maken dat we niet verder kunnen gaan zoals we nu bezig zijn. Als we onze natuurlijke grondstoffen uitputten door onze individuele wensen voor een luxer leven te blijven realiseren, slaan we de toekomst van onze nakomelingen aan diggelen.

 

3. Der Meteor, oktober 2011  - “Een oninteressant plein in Keulen omtoveren tot een plaats waar de mensen samenkomen. Hier kunnen ze interageren met acteurs, die in en rond een speciaal ontworpen oldtimervrachtwagen de verhalen van het plein vertolken.” Dat is de uitleg die Benjamin Foerster-Baldenius had voor het project Der Meteor.

Ze namen een oldtimertruck waar een hijskraan op bevestigd was. Ze bouwden aan de binnenkant een spiegelhuis en aan de hijskraan een polyesterdak dat over de vrachtwagen geplaatst kon worden. Op deze manier schiep Raumlabor een ongewoon decor voor een ongewoon toneelstuk.

Dit is weer een voorbeeld van een maatschappelijk project van Raumlabor om de mensen uit hun schulp te halen. Om ze de problemen van hun gemeenschap te laten bediscussiëren en gezamenlijk oplossingen te laten zoeken. En dit aan de hand van een vrolijk, ‘architecturaal’, project dat de geschiedenis en mogelijke toekomst van die gemeenschap uitlicht.

 

Het Magische Materiaal

Benjamin Foerster-Baldenius, zoals volgens hem alle architecten, is geïnteresseerd in het ‘Magische Materiaal’. Dit zou een materiaal zijn, waarvan de grondstoffen nooit uitgeput kunnen raken, dat in alle toestanden bruikbaar is en nog goedkoop is ook.

Jammer genoeg bestaat dit materiaal (nog) niet. Maar de zoektocht van Foerster-Baldenius hiernaar leidde hem naar het ‘Inflatocookbook’ van het architectencollectief Ant Farm uit California. Uit dit boek haalde hij de inspiratie om mobiele, opblaasbare publieke plaatsen te creëren. Publieke ruimten die rechtgehouden worden door… lucht.

Küchenmonument, mei 2006

Zoals eerder aangehaald, maakt Raumlabor er een punt van de mensen samen te krijgen. Om van iedereen input te krijgen en zo samen de publieke plaatsen te verbeteren op een permanente basis.

Het Keukenmonument (Küchenmonument) was het eerste grote opblaasbare project van Raumlabor. Het monument kan in twee verschillende vormen verkeren, namelijk een ijzeren sculptuur, dat de aandacht van de mensen moet trekken, maar ook de opgeblazen vorm. Deze laatste is eigenlijk een grote hal waarvan de schil een pneumatisch opgeblazen kunststoffen membraan is die uit het sculptuur komt. Op deze manier hebben ze dus een mobiele ontmoetingshal.

Deze ontmoetingshal werd opgesteld op een onderkomen publieke plaats om zo de plaatselijke bevolking lokken om in discussie te treden over hoe die plaats op te monteren.

Na het Keukenmonument is er ook opblaasbare publieke ruimte gecreëerd die in een oude Amerikaanse ijscowagen paste. Zelfs eentje die op een fiets gemonteerd was.

Atelier Trans 305, 2010

Grote gedeeltes van Ivry-sur-Seine, een buitenwijk van Parijs, worden vernieuwd en er worden grote complexen gezet. Als er van deze grootschalige vernieuwingsprojecten worden gerealiseerd in een gemeente, wordt er ook altijd budget uitgetrokken voor kunstprojecten. Meestal gebeuren deze kunstprojecten nadat alle werken af zijn. Vaak gaat het dan over een standbeeld of een gedenkplaat.

Beeldhouwer Stefan Shankland wilde deze budgetten eerder loskrijgen opdat hij publieke plaatsen op de bouwsites kon creëren en mensen aanzetten om na te denken over de problemen en de toekomst van Ivry-sur-Seine.

Shankland vroeg zich af wat de rol van kunst is in een stad die aan het begin staat van een grote transformatie. Is het slechts decoratie, of kan het een onderdeel van maatschappelijke oplossingen zijn.

Samen met Raumlabor ontwikkelde Shankland het Atelier Trans 305. Dit was een grote expohal/atelier/ontmoetingsruimte/residentie die tussen bouwsites gezet werd en gebruikt moest worden als publieke plaats. Deze bouw, bestaande uit recycleerbaar materiaal, ijzeren golfplaten in verschillende kleuren, ijzeren bouwstellingen en dergelijke meer, kon op elk moment afgebroken en elders opgezet worden. Dit gebeurde dan ook meerdere malen. Het Atelier Trans 305 was daarom ook een voorbeeld van een mobiele publieke ruimte. 

 

CAPE FEAR, september 2008

Een laatste maatschappelijk project dat Benjamin Foerster-Baldenius wilde toelichten was dat van CAPE FEAR.

Tijdens het Wunder der Praerie festival in Mannheim wilde Raumlabor met de stad Mannheim iets speciaals doen. Al jaren bestaat er een soort ‘vete’ tussen Mannheim en buurstad Ludwichshafen. Waar de winkelcentra, hippe clubs en andere stedelijke elementen zich in Mannheim bevinden, bevindt de industrie zich in Ludwichshafen. Desondanks is de een toch jaloers op de ander voor diens meerwaarden.

In het kader van het festival wilden Mannheim en Raumlabor daarom een “verzoeningsgeschenk” fabriceren. Het thema van het festival was ‘Fear’ en na enkele flinke brainstormsessies besloten ze een onderzeeër te maken met de naam CAPE FEAR. Deze zouden ze dan via de Rijn naar Ludwichshafen varen.

Ze zetten een kraam op in Mannheim om mensen te casten voor een rol in CAPE FEAR (bouwen en varen). En er waren veel geïnteresseerden.

Op deze manier werd er nagedacht over de stedelijke concurrentie tussen Mannheim en Ludwichshafen en erover gepraat. En uiteraard is het geschenk goed aangekomen.

Op het einde van de avond

 

Na zo’n intensieve lezing blijf je toch aan het denken over de materie die Foerster-Baldenius zo kundig uiteen zette. Het lijkt alsof hij met Raumlabor het individualisme wil verbreken en de mensen als een gemeenschap naar een oplossing wil laten zoeken voor hun sociale en maatschappelijke problemen. En Raumlabor doet dit met de riemen dat het heeft: kunst en architectuur.

Maar de opvallende maatschappelijke experimenten van Raumlabor moeten beschouwd worden als fundamenteel onderzoek. Op basis van dat werk kan er verder gefilosofeerd worden om zo creatieve en praktische oplossingen te vinden voor het polylemma dat aan de basis ligt van onze vele maatschappelijke conflicten.