Artist Talks Alter Nature

A-Z lezing: Driessens & Verstappen, BCL, Center for PostNatural History 23.11.2010
Verslag: Hanne-Loren Somers

Kunstenaars Driessens & Verstappen, BCL (Shiho Fukuhara & Georg Tremmel) en het Center for PostNatural History werden uitgenodigd door Z33 om in het kader van het tentoonstellingsproject Alter Nature: We Can (21.11.2010 - 13.03.2011), een lezing te geven over hun ontwerppraktijk.

Alter Nature: We Can bracht de verschillende manieren waarop de mens natuur heeft verplaatst, gemanipuleerd of ontworpen in beeld. Z33 toonde de werken van een 2O-tal internationale kunstenaars en ontwerpers die een kijk gaven op hoe de mens de natuur naar zijn hand zet en hoe het concept ‘natuur’ hierdoor voortdurend verandert.

Driesses & Verstappen, een naam die een trouwe Z33-bezoeker niet onbekend in de oren klinkt. Erwin Driessens en Maria Verstappen vormen sinds de vroege beginjaren ‘9O een onafscheidelijk kunstenaarsduo. Dit Nederlandse tweetal creëert sculpturen en installaties, soms in situ, die vaak teruggaan op het klassieke onderscheid natuur-cultuur, met inbegrip van de tegenwoordige biologische en technologische context.    

Alter Nature: We Can exposeerde Morphoteque #9, een verzameling van 32 artificiële wortels.

Maria Verstappen, de vrouwelijke helft van het kunstenaarsduo, verwelkomt, terwijl Erwin Driessens de besturing van de ppt-presentatie voor zijn rekening neemt. Kort voor de lezing vertelt Erwin me dat hij niet houdt van zijn schorre stemgeluid. Een gegronde reden om mevrouw vanavond aan het woord te laten! Maria Verstappen start met een korte inleiding waarin ze haar & Driessens visie op natuur, cultuur en technologie schetst. De grenzen tussen deze drie entiteiten vervagen. Natuur wordt stilaan minder natuurlijk, technologie daarentegen wint aan natuurlijkheid. De relatie tussen mens en natuur berust op technische controle, wetenschappelijke en economische analyse. Technologie heeft zich reeds zodanig ontwikkeld dat het op natuurlijke wijze deel uitmaakt van ons dagelijks leven. Technologie bepaalt de beleving van natuur.

Het werk van Driessens & Verstappen toont, a.d.h.v. generatieve mechanismen, de ontwikkeling van kunstmatig leven. Het duo verduidelijkt dit met enkele praktijkvoorbeelden. Op het grote scherm verschijnt een vrijstaande sculptuur: Sandbox.

Het is een eenvoudige opstelling, een diorama, bestaande uit zand, wind en licht. Deze natuurelementen vormen een woestijn-landschap, in constante beweging, door ventilatoren elektronisch aangedreven. De vraag wordt gesteld: “ How natural is this environment?”

Tschumi Tulips, een locatie- en tijdgebonden installatie, visualiseert de invloed van glas, hier als technologische applicatie, op het groeiproces van tulpen. Na een kort filmfragment, dat het publiek in snel tempo hét groeiproces toont, geeft het duo tot slot meer beeld en uitleg over Morphoteque 9. Driessens & Verstappen verzamelden zowel andersvormige aardappelen (Morphoteque 8) als wortelen die niet beantwoordden aan de consumptiestandaard. Wetenschap en industrie passen voortdurend een strenge vormselectie toe op gewassen, species en ecosystemen. In tegenstelling tot het natuurlijke proces, dat voor diversiteit en verscheidenheid staat, streeft dit industriële evolutieproces naar uniformiteit, homogeniteit en efficiëntie. Morphoteque 9 is een vormcollectie van wortels die aan de door de voedsel-industrie opgelegde uniformiteit zijn ontsnapt. Deze vormvarianten associeert men met pathologische afwijkingen, ziekte, degeneratie en lelijkheid. Eén wortel springt onmiddellijk in het oog. De wortel heeft een rechte vorm en is afkomstig uit de supermarkt.

Driessens & Verstappen eindigen met een quote van Jean Arp, waarvan volgende woorden me zijn bijgebleven: "Wij willen de natuur niet kopiëren; wij willen niet reproduceren maar produceren. Het is voor ons een uitdaging om - in samenwerking met de technologie - kunstmatige, levendige werelden te creëren, en ze zodanig verfijnd te ontwerpen dat ze nieuwe manieren van natuurbeleving kunnen oproepen.”

Het tweede kunstenaarsduo, BCL maakt zich klaar om verdere uitleg te geven bij hun praktijk. Georg Tremmel en Shiho Fukuhara spitsen zich toe op het ontdekken van relaties tussen biologische en culturele codes door artistieke interventies en onderzoek.

Dit art-duo exposeert voor het eerst in België. Hun eerste lezing op Belgische bodem start met een ludieke anekdote: “In Japan worden rechte wortels zeker geweigerd voor consumptie. Japanse wortels hebben meer een Bugs Bunny-achtige vorm,” Het ijs is gebroken.

“DNA is the place where the symbolic and the real meet” (Heath Bunting). Een quote die samenvat wat het duo overdenkt. DNA is een molecule, maar tegelijkertijd roept het woord ‘DNA’ zeer veel vragen op. Wat gebeurt er wanneer we DNA begrijpen? Wat zal er gebeuren als we DNA kunnen schrijven? In 1953 werd DNA ontdekt, in 2OO3 volgde de genohype. Hoe ziet onze toekomst eruit in 2O53?

8O % van het publiek steekt zijn hand op wanneer Georg Tremmel volgende vraag stelt: “ Wie kent deze muis?” Bijna iedereen kent de muis met een oor, die bijna even groot is als de muis zelf, vergroeid op haar rug. Iedereen denkt ook dat dit een genetisch gemanipuleerd dier is. Niets is minder waar, dit is gewoon het ideale voorbeeld van de ‘genohype’.

Een volgende vraag verschijnt al op het grote scherm: “ What kind of impacts will biotech have on our everyday lives? What can we do?” Deze vraag was het uitgangspunt voor het eerste project dat BCL vanavond toelicht, Biopresence. Welke speciale band heeft de mens met een boom? In Japan viert men jaarlijks de bloeiperiode van de ‘cherryblossoms’, vertelt Shiho. De kersenbloesem symboliseert leven, maar ook een mooie dood. Japanners geloven zelfs dat onder elke kersenbloesem iemand begraven is, waarvan de boom het bloed tot zich neemt. Deze vreemde gedachte brengt ons naar de volgende vraag. Is het mogelijk een boom menselijk te maken? Wanneer we het DNA van een persoon inbrengen in een boom, dan leeft het DNA, zelfs na die persoons dood, verder. Dit idee paste BCL toe in het werk Biopresence. Een jonge vrouw omhelst de boom waar haar grootmoeders DNA ingebracht is. Je kan het beschouwen als een vorm van ‘tree huggen’. Stel dat die boom een appelboom is, eet je dan zijn vruchten? Zo ja, ben je dan een kannibaal? BCL houdt van moeilijke vragen! Georg voegt er nog snel aan toe: “Weet je welke soort appel dit is? Een granny smith.”

Common Flowers, Flower Commons, het project dat BCL in Alter Nature: We Can exposeert, wordt vervolgens in detail besproken. Een Japans bierproducent creëerde, m.b.v. genen van de petunia, een blauwe variant van de witte anjer. Deze genetisch gemanipuleerde bloem werd, in tegenstelling tot andere genetisch gemanipuleerde planten, gecommercialiseerd. Het Common Flowers project is gebaseerd op en maakt gebruik van deze blauwe anjervariant. Met behulp van enkele potjes, b.v. afkomstig van babyvoeding, en een medium, b.v. agar agar, kan je thuis je eigen DIY biolab vormgeven en deze blauwe anjers kweken. Zijn deze praktijken legaal? Kan je bij planten spreken van copyright? Als je een appel koopt, mag je de zaden dan planten? BCL snijdt dit vraagstuk rond eigendom aan.

BCL stelt nog een laatste vraag om af te ronden: “ Als we een blauwe genetisch gemanipuleerde anjer opnieuw genetisch manipuleren tot een witte anjer, is het eindresultaat dan nog een genetisch gemanipuleerde bloem?” Think about it!

De laatste kunstenaar die vanavond zijn werk toelicht is Richard Pell. Hij is mede-oprichter van ‘The Institute of Applied Autonomy’ en stichter van het ‘Center for PostNatural History’.

Overal ter wereld tonen zoo’s en natuurhistorisch musea verschillende levensvormen die aanwezig zijn op de planeet Aarde. De collectie van deze instellingen is echter onvolledig. Organismen die door selectieve kweek of genetische manipulatie ontworpen zijn en m.a.w. onze culturele voetafdruk dragen, worden niet tentoongesteld. Als reactie hierop stichtte Pell het ‘Center for PostNatural History’, waardoor hij deze overlap tussen cultuur en natuur tracht in te vullen.

De collectie van het CPNH bestaat uit verschillende organismen, hetzij levend (als de wet dit toelaat!), hetzij geconserveerd. Wanneer noch het organisme noch een specimen beschikbaar is, wordt er gebruik gemaakt van een diorama waarin een waarheidsgetrouwe setting gerecreëerd wordt.

Het CPNH verzamelt alle beschikbare informatie over deze organismen in een database. Deze database geeft voor elk organisme een overzicht van de gemanipuleerde genen en het labo waar het organisme ontstaan is. Elk organisme leeft, bij wet vastgelegd, in een ‘permitted habitat’. Zoals verhoopt, licht de stichter van de CPNH enkele organismen uit de collectie toe. Glofish, de genetisch gemodificeerde zebravis, is verkrijgbaar in elke Noord-Amerikaanse dierspeciaalzaak. Op satellietbeelden van Google Earth toont Pell de ‘fish farm’ in Florida waar deze gloeivisjes gekweekt worden.

Een tweede voorbeeld uit de collectie dat besproken wordt is Orange Pheasant, een product van kunstenaar Adam Zaretsky die overigens ook deel uit maakt van Alter Nature: We Can. Pell grapt over zijn collega: “He seems very suspect, I wouldn’t trust him!”. Begrijpelijk, als je ziet wat voor een afbeelding Pell het publiek toont. Op de foto is de embryo van de genetisch gemodificeerde fazant te zien. Het is bij wet niet toegestaan dat deze embryo zou uitgroeien tot een volwassen fazant. Een embryo kan zich niet voortplanten, een volgroeide fazant wél.

Het kleinste organisme dat Pell in de tentoonstelling exposeert is de CPx4B7-GFPxN2A1O Mosquito. Eén van de zovele muggen die in het lab ontwikkeld zijn om de verspreiding van malaria tegen te gaan. Een verzameling levende insecten aanleggen was voor Pell geen makkelijke klus. Hij besloot uiteindelijk elke mug m.b.v een speld van het leven te beroven. De namiddag waarop deze ‘crime scene’ plaatsvond, ligt Pell nog steeds bijzonder gevoelig.

De CPx4B7-GFPxN2A1O Mosquito vertoont zeer veel gelijkenissen met het volgende voorbeeld. De Transgenic American Chestnut Tree, niet vatbaar voor bepaalde ziektekiemen, is net zoals de labo-mug niet voor conservatie ontworpen. Het is de bedoeling dat beide species zich gaan verspreiden in het wild, en deel uitmaken van een ecosysteem.

Tot slot keert Pell nog even terug naar zijn collectie genetisch gemodificeerde muggen, die hem klaarblijkelijk zeer nauw aan het hart ligt. Wanneer hij vorig jaar een gelijkaardige lezing voorbereidde, trof hij in zijn collectiedoos geen enkele mug meer aan. Een hongerige kever had immers alle geconserveerde muggen verorberd. Inmiddels is dit kleine huisdier de muze van Richard Pell en zijn Center for PostNatural History!

Alter Nature: We Can was deel van Alter Nature, een overkoepelend project van Z33, Modemuseum Hasselt & CIAP in samenwerking met MAD-faculty, UHasselt, VIB (Vlaams Instituut voor Biotechnologie), KULeuven & bioSCENTer.