Kunst in Borgloon: Requiem voor een Kerk

Het PIT project van Z-Out brengt kunst naar de open ruimte van Borgloon. Gijs Van Vaerenbergh pootte er een curieuze kerk neer die de talrijke bezoekers vraagt tussen de regels van het (religieuze) landschap te lezen. Wij namen allerlei camera's mee en deden een poging, met een filmpje en fotogallerij tot gevolg.

Vergezicht op een onvoltooid verleden

Tussen de boomgaarden doemt een toren op. Gekroond met een gepatineerd kruis dat de hemel op de korrel lijkt te willen nemen. En daaronder het knoestige karkas van een kerk, losjes geschraagd door het diffuse avondlicht. Kwetsbaar en wispelturig, dit huis vol schijn en onheilige patronen. Maar tegelijkertijd onverzettelijk, want het ding staat er, gefundeerd en wel, als een baken dat de ijzeren wet van de religie predikt. Binnen vind je een sobere kluis die een getraliede blik werpt op de oneindigheid. Buiten is het alsof je naar een luchtspiegeling staat te kijken, een elastisch visioen dat verder reikt dan het pittoreske landschap lief is. Een kleine kathedraal vol grote contrasten: kunst - de concretisering van een apocrief geheugen.

We kennen deze vorm en deze symbolen, want we zijn allemaal dorpelingen, dus we weten wat hier wordt geïmpliceerd. Soelaas en structuur, verlichting, een veilige haven. Waarom komt dit knusse kerkje dan zo onwezenlijk voor, als een halfbewuste herinnering die zichzelf voor onze ogen omturnt en zo finaal tenietdoet – telkens weer, met elke minuscule variatie in het schimmenspel tussen land, lucht en licht? Een kerk behoort voor rust en zekerheid te staan – cultureel, historisch, esthetisch, ideologisch – een kerk is geen trompe-l’oeil, en al zeker geen opgeschoten kerker die ons pastorale uitzicht blindeert. Of wel soms?


Pauline Niks, 2011

Kapel van contrasten

Soms krijg je de indruk dat het bedehuis van een lang verzonken polderdorp naar Haspengouw is geslopen om er te herrijzen uit de aarde. Een wat naïef monument, van klei en kansel verlost, dat hier toevallig borg is komen te staan voor het halfslachtige mysterie van ons geloof, de kroniek van een aangekondigd vertrek in spijkerschrift. Onleesbaar, want de beeldtaal is trapsgewijs aan het desintegreren. Wanneer de zon op de juiste manier door de onthechte muren valt zie je de kerk namelijk voor je ogen ontploffen. Het Instituut gevangen in het nulpunt van de explosie, gedoemd om telkens weer verpulverd te worden in de onstuitbare advent van het pluralisme - en daarachter, de voortkabbelende Natuur. Dit is een conservatieve droom die aan flarden wordt gereten op zijn eigen altaar. De  transsubstantiatie van de verstarde orthodoxie in het weidse maar arbitraire licht van de wereld. In real time dan nog.

Maar ook (en altijd) het tegendeel: de perfide aanzet tot allerlei uitingen van nostalgie, een mooie maar fragmentarisch samengestelde postkaart die ons wordt aangereikt doorheen de vastgeroeste tralies van een simpeler maar verstomd verleden. En iedereen is dankbaar en koestert het broze wonder op. Dit is geen toeristische trekpleister meer. Dit is een verholen en bijtijds tabernakel voor de aspiraties en angsten van de 21ste eeuw, en daarom, vanuit het oogpunt van de kunst, een kleine triomf.

Want wellicht verklaart net de ambiguïteit van het kunstwerk waarom dit kleine kerkje zo populair is. Omdat we, in weerwil van onze zelfverklaarde emancipatie, nooit écht uit de lange schaduw van de kerktoren zijn getreden. Deze tijdloze constructie, die zichzelf letterlijk openspert als een grillig en geblakerd raam op het glooiende land van (n)ooit, biedt wel degelijk perspectief, maar eist ook dat we kleur bekennen. De romantici zien hier verzoening, en spreken over harmonie en decorum, de parabels van de heimwee. De ongelovige Thomassen wijzen op de tere lasnaden en de tocht en lezen in deze uitgepuurde (of is het uitgeteerde?) rizoom een in staal gebundelde elegie op het hier en nu. Hoe je deze kerk ook bekijkt of benadert - subversie of summum - één ding staat vast: achter de gevel zit een naadloos ingebed kunstwerk verscholen dat erin slaagt iets tastbaars terug te geven aan de omgeving; een aantrekkelijke raamvertelling die tegelijk een blinde vlek opent in al die omringende schilderachtigheid. Het is hier niet pluis: het is zondag en de mensen komen massaal naar de mis.


Pauline Niks, 2011 

Hoogmis in Haspengouw

Zijn er dan überhaupt nog kerkgangers? De tempels lopen leeg en de geïnstitutionaliseerde religie verliest langzaam haar greep op de werkelijkheid, ook in het bronsgroen eikenhout, de onderbuik van Limburg. Het is een gestaag proces van corrosie, een uitgesponnen requiem dat stilaan toe is aan zijn zwanenzang. Maar in het slaperige Borgloon na de beeldenstorm, tussen de bloesems, worden de contouren gevormd van een nieuw soort spiritualiteit. De heiland, die voorheen in pracht en praal werd gehuisvest, is van tussen de kieren geglipt en stiekem ten hemel gevaren. Wie of wat neemt zijn plaats? De Kerk is bijna dood, dus lang leve de bijna-kerk, de in-vitrokerk, het geïnverteerde anachronisme.  Deze verknipte kapel lijkt wel een gedroomd icoon voor de immanentie nieuwe stijl, het heidens vergelijk dat wordt gezocht tussen het moderne atheïsme en onze haastig hernieuwde geloften van verbondenheid met de natuur. Wat voor wijsheid en begeerte hier concreet worden beleden zullen we wellicht nooit weten - er wonen hier geen priesters of orakels, en de fruitboeren hebben alleen het land in pacht. Maar er beweegt iets, zoveel is duidelijk.

De pelgrims zijn jong en oud en talrijk. Ze offeren tijd en pixels. Ze laten hun hond uit, of breken samen het brood. Ze kuieren langs de appelbomen, of kijken hoe de zon te slapen wordt gelegd in een crypte die naam waardig. Een kleuter legt zijn oor te luisteren op een balk en hoort iets resoneren. De psalmen van de toekomst, wie weet, die hun gospel puren uit een troostrijke afwezigheid. Gepreveld door een congregatie die samen en schijnbaar achteloos op zoek gaat naar zin en onzin in de ruïnes, ook al zijn hun rangen dan verdeeld, en de oude grondvesten onherroepelijk beschadigd. Dit stalen simulacrum is een bedevaartsoord in acute staat van gratie en ontbinding, maar herbergt nog voldoende pracht en plekjes om het licht te zien.

Jokke Snels

PIT is een project van Z-OUT. ‘Reading Between the Lines’ van Gijs Van Vaerenbergh, nog tot 31 december in Borgloon.