Jonge Turkse Wolven in C-Mine Genk

18.10

C-mine Cultuurcentrum Genk levert pionierswerk met de tentoonstelling ‘Jonge Turken’. Zes jeugdige Vlamingen met Turkse roots kregen carte blanche en tonen daarmee aan dat ook zij artistiek actief zijn. 

 Aangezien ongeveer 65 procent van de Genkse inwoners allochtone roots heeft, is het multiculturele Genk beslist de uitgelezen plaats voor dit project. Het is een lappendeken van nationaliteiten, die er vredevol samenleven. De integratie is er omwille van de jarenlange geschiedenis op dat vlak bijzonder goed verlopen. Sinds de tewerkstelling in de mijnen is de Italiaanse gemeenschap er, net zoals in de rest van de provincie Limburg, goed ingeburgerd. Net zoals de Turkse gemeenschap. Maar wie heeft er enig zicht op wat zij op artistiek vlak uitspoken? En wie maakt het wereldkundig?

We moeten ootmoedig toegeven dat we weinig over “Turkse” kunst in eigen land weten. Vandaar het belang en het daaruit voortvloeiende en hoopgevende signaal van dit project. De benjamin van het gezelschap, Öznur Özturk (21), oppert onomwonden dat het publiek bij het woord moslim veelal de link met terrorisme legt. Theatermaker Gökhan Girginol (23) verbindt het woord blanco dan weer met zijn strafregister. Eser Unal (26), animator en regisseur, vindt het positief dat mensen nu ook kunnen zien dat Turkse jongeren zich met kunst onledig houden. Sommige vooroordelen zijn nu al diepgeworteld, ook daar gaat hun kunst over.

De baseline van de expo, een fragment uit Rod Stewarts lied Young Turks, luidt: “Young hearts be free tonight. Time is on your side”. Of het refrein voluit:

Young hearts be free tonight. Time is on your side,
Don't let them put you down, don't let 'em push you around,
don't let 'em ever change your point of view

Zo is het maar net, en voor elke jonge kunstenaar geldt hetzelfde: zoeken naar het artistieke adagio, het veroveren van een plek en een publiek. De term ‘Jonge Turken’ duidt overigens op jonge Turkse officieren die in 1908 een staatsgreep in het huidige Turkije pleegden om een democratiseringsproces in gang te zetten. Of vertaald naar deze expo: onverschrokken je stempel op je generatie drukken, ook dat is een drijfveer van de jeugd. Kunst is voor durvers. De titel van de tentoonstelling intrigeert overigens het publiek, niet in het minst de Turkse gemeenschap in het Genkse. 


C-Mine, 2011

Twee culturen

Maar is het jeugdige kunstenaarsvolkje daar zelf mee opgezet? Sommigen vinden dat ze meer waard zijn dan een etiket met herkomstbenaming. Gökhan Girginol en Seyran Kirmizitoprak (26), die aan Sint-Lukas Brussel studeerde, zijn niet expliciet gepreoccupeerd met identiteitsvragen. Zij verdragen moeilijk een etiket. Dat blijkt uit het experimentele en grillige werk van Kirmizitoprak. Zij zijn artiesten die naar Berlijn trekken, de artistieke lucht in Istanbul opsnuiven, inspiratie opdoen in Frankrijk: wereldreizigers dus, zoals vele kunstenaars. Dat ze wat losstaan van het predicaat Turks lijkt een verrijking. Girginol zocht de psychiatrische kliniek van La Borde in de Franse Loirestreek op om er stof voor zijn performances te vergaren. Hij voelt affiniteit met outsiderkunst, en met Samuel Beckett.

Maar de werken van de anderen vertonen wel een sterke verbondenheid met de roots. In dit stadium van hun kunstenaarschap kunnen we eenvoudigweg zien dat zij zich gevormd weten door twee culturen. Öznur Özturk, die fotografie studeert aan de MAD-faculty in Genk, zegt onomwonden: “Voor de Turkse gemeenschap is het toch wel moeilijk om zich als kunstenaar te profileren.” Een duwtje in de goede richting lijkt welkom. Öznur legt de vinger op de wond door aan te stippen dat de veroorzaakte spanning uit beide werelden stamt:  “Tijdens mijn opleiding besefte ik dat ik in een cultuur ben opgegroeid die door weinig mensen getolereerd wordt. Als  ik op bepaalde plaatsen kom, en mijn naam of familienaam zeg, hebben mensen onmiddellijk een vooroordeel over mij of mijn levensstijl.”

Evenwichtskoord

Journalisten lijken moeite te hebben om de driehoek Gent, Antwerpen, Brussel links te laten liggen en zich verder te wagen. De monumentale site van het bedrijvige C-mine heeft nochtans alle troeven om hedendaagse kunst te laten schitteren. Zowel monumentale kunst als deze kleinschalige expo krijgen ondersteuning in dit stukje industrieel erfgoed.

Vlakbij de balie hangt in de hoogte een zwarte paardenkop met een kokerachtig lichaam van stof. Eronder een taart en geplette aardbeien. De absurdistische droomwereld van Seyran Kirmizitoprak trekt ons met deze sculptuur binnen in de tentoonstelling. We zien haar jeugdige talent op een evenwichtskoord balanceren. Die suspense – krijgt ze het wel voor elkaar? – is interessant. Van het sextet jonge Turken durft zij het verst te zoeken, ogenschijnlijk niet bang om bijwijlen te mislukken. De queeste naar de artistieke identiteit en het artistieke programma, het zijn kwesties waar jonge wolven niet aan ontsnappen. Het werk van Kirmizitoprak roept bij velen de alom bekende uitspraak “Is dit kunst?” op. Op zich geen slecht teken.

In de openingsruimte heeft grafisch ontwerpster Derya Akgüre (25) een lappendeken van bidmatjes en tapijtjes geweven. Foto’s van haar moeder toen ze haar vaderland verliet en kiekjes van nu tonen het onontkoombare acculturatieproces. Maar tegelijk ook de blijvende werking van wat cultureel met de paplepel is ingegeven.



Öznu Özturk, 2011, C-Mine

 

Uitdagende beelden

Abdul-Vahit Duman (32) stond van de zes kunstenaars al het meest in de schijnwerpers. Hij voorzag het boek ‘Islamitische ruimtes in de stad’ (2009) van Meryem Kanmaz van beelden, die vervolgens in de Sint-Pietersabdij in Gent tentoongesteld werden. Ook in het dit jaar verschenen boek ‘Nieuwe moskeeën in Vlaanderen’ van de hand van Meryem Kanmaz, Christian Welzbacher en Ruth De Kesel zijn foto’s van Duman te zien. Het boek handelt over poldermoskeeën, schuilmoskeeën of compromismoskeeën. Op de expo is een van zijn moskeefoto’s aanwezig: een traditionele moskee in het Genkse, op een ondergesneeuwde dag. Met zijn azuurblauwe lucht oogt de foto eigenlijk te mooi om kunst te kunnen zijn. Maar documentair is hij bijzonder fraai.

In een volgende ruimte is andere, monochrome fotografie van de man te zien. Portretten van mensen met vertrokken gezichten die wat aan Francis Bacon doen denken. Bij een tweede kijkbeurt boeten ze jammerlijk aan zeggingskracht in. Dat is niet het geval bij zijn reeks in sepia gedrenkte vensterfoto’s. Vanuit verschillende perspectieven maakte Duman in de reeks ‘Windows’ foto’s van de straat, gezien vanuit een hoger gelegen vensterraam. Sneeuw belicht door lantaarnschijnsel en beelden van straatgezichten die ontregelend werken. Dit werk is grimmig en mysterieus: de beelden blijven uitdagen. Misschien wel de knapste vertolking van de reflectie over het toeven tussen twee culturen.

Pragmatische kijk

Daarna is het de beurt aan Gökhan Girginol. Op een zwart geblakerde muur staat zijn rijksregisternummer en op de tegenoverliggende wand staat in witte letters te lezen: “Mijn huis is overal. Mijn grond ergens anders”. In een bijhorende video gaat hij op een knappe manier de mimetoer op. Aan deze theatrale, dramatische installatie herken je de theatermaker. Met zijn karakterkop heeft hij een existentialistische boodschap te vertellen, niet gespeend van een particulier gevoel voor esthetiek, vooral dan in de video. Maar het huisje waarin die video is opgesteld, oogt toch net iets te knullig. Jammer, want een meer doordachte scenografie zou de zegging welvaren. Au fond zeker beloftevol werk.

In de allerlaatste ruimte stelt Eser Unal twee korte animatiefilms voor. Om de donkere ruimte aan te kondigen heeft hij enkele wandtekeningen gemaakt, maar die missen aan spanningskracht. Zijn naïef ogende animatiefilm over lerares Asra doet dat euvel vergeten. Brand en overstroming worden haar dood, maar tijdens haar gevecht met die dood krijgt ze hulp van een mens. Die aangeboden hulp negeert ze stomweg. Dat beseft ze in het hiernamaals. Daarmee propagandeert ze bijna een pragmatische kijk op godsdienst. Bidden om hulp is een ding, maar als die hulp zich aanbiedt in de vorm van een goedmenende persoon, dan gaat kan je er maar beter op ingaan.

Rijpingstijd

Deze kunst vraagt om rijpingstijd. Eens deze jongelingen gepokt en gemazeld zijn in het kunstmilieu en ze het moeilijke begin doorgekomen zijn, zullen ervaring en branie de zeggingskracht en de complementaire techniek verfijnen. Deze kunst moet met andere woorden zijn waarde nog bewijzen, de tand des tijds trotseren. Maar dit project heeft kansen aan jonge Vlamingen gegeven: een waardevol forum. Voor de meesten was het de eerste keer dat ze hun stukken op een professionele wijze konden tentoonstellen. Dat bracht soms eigenzinnigheid en wispelturigheid met zich mee. Zo moest het team op de dag van de opening de koers van het schip wijzigen en de presentatie van werken inderhaast veranderen. Niet aflatend perfectionisme is ook een kenmerk van de kunstenaar.

Öznu Özturk, de jonge fotografe van het gezelschap, toont haar talent in documentaire fotografie. Een jonge meid die het offerfeest in het Genkse, een exclusieve mannenaangelegenheid, komt fotograferen. Mannen en jongens die tussen de nadar in een lange rij met hun schaap staan aan te schuiven. De enen maken een grapje, anderen kijken wat schuw in de lens van Özturk. Gestroopte karkassen, een geveld dier in een kruiwagen. Beelden die we in elk abattoir zullen vinden, maar haar gevoel voor esthetiek en compositie is opvallend. De impact van het geloof en de traditie is, eenmaal geconfronteerd met de beelden, merkwaardig voor niet-gelovigen. Enkel haar captatie van een kind is, niettegenstaande de beeldige esthetiek, inhoudelijk te weinig verheffend.


Öznu Özturk, 2011, C-Mine

De jonge Turken werken tussen heimwee en werkelijkheid. Ook vanuit sociologisch oogpunt is dat razend interessant. Zelf kennen ze ook bitter weinig Vlaamse kunstenaars van Turkse origine, wat de heilzaamheid van dit project opnieuw onderstreept. Het is zaak om het besloten leven in het volkse Genk te doorbreken. En misschien ook om mensen te prikkelen om eens naar C-mine af te zakken? C-mine volgt de kunstenaars op en geeft hen in de toekomst bijkomende opdrachten. Bovendien krijgt het project in Brussel, Antwerpen en elders te lande een vervolg.

Laat sommigen maar roepen dat de multiculturele samenleving een illusie is. Moeilijk gaat ook. Roepen aan de zijlijn is een laffe wanhoopsdaad. Deze jonge wolven hebben andere katten te geselen.

Matthias Depoorter

‘Jonge Turken’, nog tot 6/11 in het Genkse C-mine Cultuurcentrum.

http://www.c-minecultuurcentrum.be/programma/view/id/331