Interview Karl Philips - Laureaat Wanatoeprijs 2009

21.12

 “De film mag niet op de voorgrond komen, het gaat niet in de eerste plaats over de bewegende beelden, wel over de drie sculpturen van de Renault Trafic.”
Aan het woord is Karl Philips (1984), een jonge beeldend kunstenaar uit het Limburgse Ophoven-Kinrooi. Met zijn drie mallen van een Renault Trafic heeft hij de nok van het Hoger Instituut voor Schone Kunsten Vlaanderen (HISK) ingepalmd. De school, die ondergebracht is in de stoere Leopoldskazerne in Gent, biedt postacademisch onderwijs voor kunstenaars met een masterdiploma.

 
Foto Karl Philips

Met zijn proefstuk wil Philips het certificaat van “Laureaat van het Hoger Instituut voor Schone Kunsten” behalen. Kunstenaars krijgen in het HISK twee jaar lang lessen en een atelier. Het betekende voor Philips een belangrijke tijdspanne waarin zijn oriëntatie aangescherpt werd. Waarin hij doortastende plannen voor de toekomst kon smeden, waarin zijn kunst kon rijpen en waarin hij alles in vraag kon stellen. Een luxe waar het beginnende kunstenaars vaak aan ontbreekt.

 
Foto Karl Philips

Ons gesprek vindt een uurtje voor de onherroepelijke afbraak van zijn installatie plaats. Vóór de verhalen komen, bezigt hij mijn fototoestel om zijn tijdelijke constructie vast te leggen. Even zie ik de kunstenaar live aan het werk, tientallen kiekjes nemend en de omgeving rond zich vergetend. Als in een creatieve flow, in een andere realiteit. Een strijd tegen de meedogenloze tijd. Pas daarna is het tijd voor reflectie.

Toen u in 2009 pas was afgestudeerd aan de Provinciale Hogeschool Limburg, als master in de Vrije Kunst, won u drie van de vijf cultuurprijzen van de Hogeschool: de prijs voor beeldende kunst, architectuur en de Wanatoeprijs, de meest prestigieuze. Wat betekende dat voor u?

Karl Philips: “Dat gaf me een zekere boost. Voor veel studenten is dit een periode van relatieve zekerheid: nu gaan we aan het echte werk beginnen. Maar eigenlijk begint het dan pas. De Wanatoeprijs geeft de boodschap: doe maar verder, het is oke. Het is studentikoos, maar we moeten het belang zeker niet onderschatten.”

“Ik studeerde op mijn 25e, na 12 jaar kunstonderwijs, af. Maar eigenlijk wist ik nog altijd niet echt wat ik zou doen. Verder doen? Of iets anders? Op dat moment dacht ik er wel al aan om me aan het HISK in te schrijven en mijn opties te bekijken. Tentoonstellen misschien? Of assistent zijn van een andere kunstenaar, iets wat ik al had gedaan en ook fijn vond. Mijn eerste tentoonstelling was met mijn eindwerk met 6 caravans in Z33, het Huis voor actuele kunst in Hasselt. Met die caravans kon ik eigenlijk nergens heen. Die tentoonstelling kwam dus op het juiste moment.”

“De prijs voor architectuur zorgde er ook voor dat architecten en architectenbureaus mij in de gaten hielden. En nu, een aantal jaar later, ben ik daar bij gebaat. Je zou kunnen neerkijken op je roots, in mijn geval Limburg, maar daar ligt de basis. Het is het fundament van waar ik nu sta. Daarnaast heb je enkele goede recensies nodig, en prijzen.”

Wie zijn voor u belangrijke kunstenaars? Cineast David Lynch komt vaak ter sprake.

Philips: “Ik heb vroeger veel geschilderd, en toen was ik met wegen en auto’s bezig. Zo kom je bij de figuur van David Lynch uit. De lessen van Koen van den Broek zitten daar ook voor veel tussen. De auto als gegeven is gebleven. Maar van het schilderachtige ben ik wat afgestapt. Dat is geëvolueerd. Ik teken en schets nog. Ik maak maquettes, maar werk ook veel met de computer. Echte verf en een borstel gebruiken doe ik nog zelden. Maar alles komt uit die basis voort. Door te schilderen maak je keuzes: wat wel, wat niet? Het is het begin van alles.”

Wie zijn uw favoriete kunstenaars?

Philips: “Gordon Matta-Clark onder andere. En Francis Alÿs. Ik heb ook bewondering voor de grote en iets oudere werken van Guillaume Bijl.”

Waar komt uw sociale bewogenheid vandaan?

Philips: “Tja, dat vraagt iedereen. Maar eigenlijk ben ik niet zo sociaal van instelling.”

Kunst is geen middel om op dat vlak iets duidelijk te maken?

Philips: “Je bouwt met kunst toch niet echt een betere wereld. Ik gaf nochtans onlangs een lezing voor laatstejaarsstudenten maatschappelijk werk. Op de een of andere manier kom ik daar toch altijd bij uit. Wellicht omdat het gegeven van mijn kunst zich op straat afspeelt. Er zijn maatschappelijke aspecten die geaccentueerd worden, zonder dat die echt aan de kaak gesteld worden. Wat voor mij belangrijk is, is dat mijn kunst echt is. En echt wordt. Ik wil niet in een maquette blijven steken of enkel “photoshoppen”. Ik wil een hoger doel bereiken, ook al lukt me dat zelden. Als je een dakloze aan de achterkant van een groot reclamebord installeert, zoals in mijn werk ‘Concierge’, dan kom je automatisch bij sociale bewogenheid uit.”

Schrijnende toestanden benadert u met een knipoog.

Philips: “Tja, schrijnende toestanden. Die mevrouw heeft in dat huisje de tijd van haar leven beleefd. Het valt mij op dat er op het vlak van de architectuur een zware harteloosheid is. Billboards bouwen kan, maar armen mogen niet in het station blijven slapen. Je kan de tram nemen, op je computer het weer vernemen en het nieuws volgen, terwijl er tegelijkertijd mensen op die tram zitten die in grote armoede leven. Daar zit een enorm contrast in.” 

“En toch gaat het voor mij om het visuele, om de combinatie van architectuur en openbare ruimte. In ‘Concierge’ deed ik dat niet om de dakloze Mia te helpen, maar ook niet om Clear Channel aan te klagen, ook al kan die laatste gemakkelijk bekritiseerd worden. Ik kom wel uit een sociaal bewogen milieu, maar dat activisme kon me nooit helemaal bevredigen. Vrienden van mij, anarchisten, helpen mij graag vanuit hun overtuiging. Een bevriende architect steekt dan weer een handje toe vanuit zijn optiek. En dat vind ik best. Ik zou in de toekomst graag meer nadruk leggen op zo’n samenwerkingen.”

Dan toch meer pragmaticus dan idealist?

Philips: “Ik ben zeer idealistisch en naïef. Maar ik probeer het politieke niet te benadrukken, want dat ondermijnt het artistieke.”

In hoeverre is esthetiek belangrijk?

Philips: “Mijn werk is inhoudelijk niet sterk genoeg om enkel conceptueel van aard te kunnen zijn. Niet puur conceptueel, maar ook niet puur vormelijk. Ik ben graag met theater bezig. Theatermensen slagen erin om met de nadruk op het visuele, op een grondige manier, een heel verhaal te brengen. Ik ben dan ook eerder praktisch ingesteld, en niet zozeer theoretisch.”

Waar zitten uw Limburgse roots?

Philips: “In het praktische. Toen ik jong was, deed ik in het weekend allerhande klusjes, zoals bijvoorbeeld het gieten van beton voor iemands tuinhuis. Daar heb ik technisch gezien veel uit geleerd. Ik denk dat iets wat kundig in elkaar gestoken is, er gewoon beter uitziet dan het werk van een amateur. Daarom werk ik graag met vakmannen. En vandaar ook mijn band met mijn geboortestreek. In Limburg weet ik waar ik moet zijn voor mijn spullen. Zo vertrekt er altijd wel weer een aanhangwagen vanuit Limburg. Ik blijf er niet, want ik heb de onrust van de stad nodig, maar het blijft charmant.”


Foto Karl Philips

Wat is het verhaal rond de Renault Trafic in uw eindwerk?

Philips: “Al liftend kwam ik ooit in Parijs terecht. Ik wou ergens kamperen, maar ik heb die camping nooit gevonden. En toen verzeilde ik in het Bois de Boulogne. Na 18 uur tiert de prostitutie daar welig. ’s Ochtends is het een compleet andere wereld met fietsers en joggers en later op de dag komen de mensen met kleine kinderen. Er zijn kastelen en chique private tennisbanen. Maar op het moment dat je de paden verlaat, kom je in aanraking met daklozen.”

“Ik ben er enkele jaren na elkaar teruggeweest. De straatprostitutie werd onder Chirac illegaal verklaard. Veel mensen hebben zich in het bos opgeknoopt, omdat ze alles verloren waren. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. En toen zag je de Renault Trafic opduiken, wat in Frankrijk het equivalent is van de Nederlandse caravan. Afgedankte busjes werden gerecycleerd om de prostitutie onderdak te geven. De trots van Frankrijk in rijen naast elkaar. Bij het willen bannen van de prostitutie blijkt de hoogmoed van de politiek, die meent dat alle problemen opgelost kunnen worden.”

“Ik zag een wit geschminkte transseksueel in het donkere bos staan en dat deed mij aan de spanning in Manets ‘Le Déjeuner sur l’Herbe’ denken. De naakten, die unheimliche sfeer. Prostitutie? Je weet niet goed wat daar eigenlijk aan de hand is. Die Renaultbusjes zonder motor zijn trouwens volledig dichtgelast. Ze vormen een soort blikken hoerenkot. Ik heb die busjes nagebouwd en we zijn vervolgens naar het Bois de Boulogne gereden. Die reis hebben we gefilmd. Die film wordt boven de drie mallen van polyester geprojecteerd.”

“Deze installatie roept vragen op over wat kunst is, en over wanneer iets een sculptuur wordt. Ik bewandel de dunne grens tussen kunst en oud ijzer. Tegelijkertijd bevraag ik maatschappelijk relevante thema’s zoals crimineel gedrag en prostitutie.”

Wat brengt de toekomst?

Philips: “Ik heb een oud lunapark te pakken gekregen dat ik als atelier kan gebruiken. Tijdens Manifesta in Hasselt ga ik er volgend jaar werken. In september komt er een expo in het Cultuurcentrum van Strombeek en ik doe samen met een architectenbureau de inrichting van 50 chalets, wat veel tijd in beslag neemt. In september begin ik waarschijnlijk nog aan een nieuwe opleiding rond scenografie en beeldende kunst.”

Karl Philips’ oeuvre is een testcase voor de rol van kunst met een sociaal bewogen onderstroom. Hij is, zoals het een echte kunstenaar betaamt, een man die reflecteert over zijn vak. Iemand die de dingen duidelijk aanvoelt, die authentiek en kritisch is, maar zonder poeha. Een jongen wiens kunst zich op straat afspeelt. En dat is een gegeven dat nog altijd niet tot een cliché verworden is. Tezelfdertijd zullen velen in eerste instantie huiverig staan tegenover kunst met een sociale finaliteit, ook al is het meer dan dat. Waarom die scepsis? Zegt het handboek van de ware kunst dat er geen programma mag zijn?

Zijn publiek krijgt een spiegel voorgehouden die de achilleshielen van de samenleving blootlegt. Die pijnpunten bevinden zich steevast in de marge en hebben vaak met uitsluiting en contrasten te maken. Philips is ook zelf een beetje een deel van zijn kunst, met zijn gerenoveerde camper als woonplaats en met zijn zachte guerrilla tegen het systeem. Een man om in de gaten te houden.

Matthias Depoorter