Interventie laat het landschap spreken (recensie)

11.06

Als ik op het station van Hasselt met mijn fiets uit de trein stuiter en een blik werp op de ontwakende stad, wil ik maar één ding – en het is niet direct kunst. De zon schijnt, er waait een fris windje, mijn banden staan strak: de Limburgse natuur in! Dat komt goed uit, PHL Arts gaf haar studenten de opdracht te exposeren in het landschap tussen Hasselt en Genk. Een fijne fietstocht is het resultaat.

Aan de hand van een kaart die te downloaden is op deze site of gratis af te halen in In&Uit Diepenbeek, Hasselt of Genk, kom je langs 22 kunstwerken, die allen met een kleine toelichting staan aangeduid. De route start bij het gebouw van PHL Arts, zo’n 10 minuutjes fietsen van het station. Hier staan direct de eerste werken tentoongesteld.

Een mooie kaart is één, die juist lezen toch iets anders. Mijn strategie - gewoon aanvoelen waar ik me bevind ten opzichte van Plopsa Indoor - gaat jammerlijk verloren na de eerste bocht. Maar met een beetje zoek- en vloekwerk – ‘zeg, welke grapjurk heeft er hier met die bordjes zitten interveniëren?’ – heb ik het ritme te pakken.

Het ruikt heerlijk onderweg. Dat is al iets wat ik de publieke ruimte moet nageven.

Argwaan

Het eerste object dat me erg aanspreekt, is de zwarte kubus van David Baeyens. Hij staat op een kleine rotonde langs het Albertkanaal. Van een afstand verwijst het object naar de Kaaba, dichterbij gekomen zie ik een met doek afgesloten ruimte. Het doet een beetje griezelig aan. Zou er iemand inzitten? De wind speelt lichtjes met het stof. Baeyens heeft me in ieder geval al zover gekregen dat ik inmiddels in het midden van de rotonde sta en nieuwsgierig rondjes loop. De automobilisten die om me heen cirkelen bekijken mij op hun beurt weer met de nodige argwaan. Het moet een grappig zicht zijn, allemaal door een zwarte kubus.


Zwarte kubus van David Baeyens: zou er iemand in zitten?

Het volgende werk op de route is van Lut Vanautgaerden. Haar schilderij staat aan de reling van het sluizencomplex. Door de lucht, het water, de windmolens én dit werk komt de zee ineens heel dichtbij in Limburg. Het werk is opgebouwd uit lichte blauwe lijnen en werd slim geplaatst, tegenover een trap, die uitnodigt om te gaan zitten. Pas dan, terwijl het verkeer voor je neus door raast, zie je goed hoe het schilderij de interactie aangaat met het kanaal en de brug. De samenwerking tussen werk en omgeving is een duidelijke win-win situatie.

Ook Margot Indesteege speelt met de strakke lijnen van de setting rond het Albertkanaal. Zij voorzag de hoge lantaarnpalen van lange, dunne, bijna doorzichtige wimpels. Zeer knap hoe de kunstenaar met zo’n simpele geste de saaie palen tot leven heeft weten te wekken. Ze lijken er fier op te zijn.


De lantaarnpalen dragen de wimpels van Margot Indesteege met elegantie

Kijk, zonder bordjes

Onder een honderd meter lange blauwe streep van Twan Kerckhofs eet ik mijn boterhammen op.

Terwijl ik zit te eten passeren er verschillende fietsers. Bijna allemaal hoor ik ze iets zeggen over het kunstwerk, al was het maar ‘hé’. Deze streep is natuurlijk ook niet te missen. Verschillende andere werken zou ik zonder de kaart niet hebben opgemerkt. Er staan ook geen bordjes met naam of toelichting bij, maar dat is geen slechte keuze. De werken hebben zeker waarde zonder tekst en uitleg. Misschien zelfs meer.


De honderd meter lange blauwe streep van Twan Kerckhofs

Wel een bordje voor Greet Theunkens, aangezien de locatie van haar werk iets van de route afwijkt. Met lichte tegenzin – moet ik nou helemaal naar beneden en straks helemaal weer terug, weten jullie wel hoe warm het is? – begin ik aan de vereiste afdaling. Eenmaal aangekomen, word ik verrast  door de schoonheid van het bos én een achtergelaten kledingstuk. Een tweede bordje geeft aan dat ik mijn tocht moet vervolgen. Van harte gaat het niet, ditmaal niet uit luiheid, maar uit een knagend onbehagen dat de verfomfaaide trui me heeft bezorgd. En dan staat daar ook nog een bunker.  En ik hoor iets. Beestjes? Langzaam maar zeker verschijnt er een rode gloed door de bomen, dat een schitterend kunstwerk blijkt te zijn, gemaakt van nog meer kleren. Dit werk doet iets met je.


De rode vlek van Greet Theunkens moet je zien

Interactie

De kunstenaars van Interventie laten zien dat de publieke ruimte, maar meer specifiek dit publiek en deze ruimte, andere mogelijkheden voor interactie biedt dan een museum. Soms vertrekken ze vanuit de fysieke conditie van de toeschouwer - die beweegt, op de fiets zit - door te werken met perspectief. Maar enkelen, zoals Baeyens en Theunkens, gaan verder door te spelen met de mogelijke psychologische toestand van het publiek in relatie tot de plek.

Theunkens gaat uit van het bos, waar je kunt verdwalen, waar misschien misdrijven zijn gepleegd. Door de angst die dat gegeven opwekt, wordt het effect van het kunstwerk versterkt, sterker nog: die angst máákt het kunstwerk. Bij David Baeyens werkt het andersom: het kunstwerk zet je in een toestand van nieuwsgierigheid, van vervreemding. Dit werkt door als je je omdraait en op het verkeer uitkijkt. Toch apart, hoe al die blikken kubusjes ons ernstig in de rondte rijden.

Nieuw verlede

Ik fiets De Maten in en wordt daarbij vergezeld door speelse vragen en suggesties van Steven Clijmans en Eline Cautreels. Zowel Cautreels’ bewerkte verrekijkers bij de vijver, als de drie objecten van Clijmans, zijn mooi en precies uitgevoerd. Hierdoor komt het concept van hun werk tot leven.

Clijmans stelt met zijn neergestorte ‘verboden te storten’-bord, zijn illegaal geplaatste werftent en zijn bouwvergunningsbord om een bouwvergunningsbord aan te vragen, ons gebruik van de openbare ruimte in vraag. Cautreels op haar beurt, doet ons nadenken over de geschiedenis die schuilgaat onder dit gebied. Ze baant met deze vraag de weg vrij voor de werken die volgen. Eén voor één reiken die ons een stukje (nieuw) Limburgs verleden aan.

Zo staat er aan de overkant van de vijver een kleien landschap in wording van Vera Thaens. Als ik me voorstel hoe mensen hier vroeger in de openlucht stonden te schilderen, kan ik mijn gedachten bijna niet horen door het gekwaak van de kikkers en het gefluit van de vogels. Een dikke zwarte kat staart me aan, ‘wat doe jij hier?’ Dit is duidelijk hun terrein. Het stukje bewoonde wereld dat volgt is een welkome afwisseling.

Terug in het bos ligt in een smal beekje een ‘schim van Ophelia’ van Eveline Lambrechts. De geliefde van Hamlet is destijds verdronken, maar de sereniteit van het werk en de interactie met het kabbelende water, geven mij het gevoel dat ze het minder had kunnen treffen.

Verbeelding

Steeds vaker wordt kunst ingezet om de culturele identiteit van een plek te onderzoeken. Het project Bewegend Landschap van Wapke Feenstra in Genk is hier een voorbeeld van. Eline De Boiserie is naast David Baeyens één van de weinigen in deze tentoonstelling die met haar werk refereert aan recente ontwikkelingen in het gebied waar ze exposeren. Haar kabels over de weg verwijzen naar het mogelijke traject van de geplande sneltram. Een plan dat door de bewoners van de streek, getuige de vele zwarte vlaggen aan de weg, met weinig enthousiasme wordt onthaald.

Ik staar naar de kabels en probeer me hier een tram voor te stellen. Toch gek, hoe deze realiteit vandaag meer verbeelding vergt dan dansende lantaarnpalen, de moord in het bos bij Sluizencomplex Diepenbeek of een verdrinkende Ophelia.

Verstoring

Interventie duidt op de tussenkomst van kunst in de publieke ruimte. De kunst intervenieert in onze perceptie van de wereld om ons heen. De ‘gewone’ wereld, als tegenstelling van de museale context. Hier leven we, dit nemen we voor lief. Ondervraagt Interventie het landschap? Wordt onze blik op het landschap verstoort?

Wat in ieder geval verstorend werkt, is het effect van het ongewilde zoeken naar de objecten op mijn beleving van de ‘rest’ van de enscenering. Ik bekijk alles anders. De verkeersborden, de billboards, de frisdrankautomaten, allemaal spelen ze mee. Zou het kunst kunnen zijn?

De werken laten ons anders kijken naar het landschap, maar als er soms al iets (expliciet) in vraag wordt gesteld, dan zijn dat slechts de menselijke interventies erin. Het verboden-te-kamperen beleid (Clijmans), of truttige bloembakken(Robin Foesters). Het landschap zelf, uiteindelijk toch ook een menselijke interventie, wordt met rust gelaten. Meer dan verstoren gebruiken de kunstenaars het landschap om iets te vertellen. Inzichten, verhalen... Ze laten het landschap spreken.

Marjon Meijer