Ado Hamelryck: "In den beginne was er zwart" (interview)

Ooit heeft Ado Hamelryck (° 1941, Halle) zijn ziel aan de duivel verpatst. Net zoals volgens de mare de Amerikaanse bluesgitarist Robert Johnson (1911-1938) de duivel benaderde om in ruil voor zijn ziel de sterren van de hemel te kunnen spelen en zingen.

Hamelryck verzocht hem het talent van meester-schilder. Een meester-schilder die enkel het pigment zwart ter hand neemt. Zwart als een non-kleur, duister en donker, de kleur van de duivel. Hamelrycks werken zijn stuk voor stuk zwart en mysterieus. Ze hebben dan ook een heel eigen uitwerking op de beschouwer. Cultuurcentrum C-Mine in Genk fêteerde de kunstenaar onlangs met een knap retrospectief. In een Brussels café sprak Kunst in Limburg met de kunstenaar.

Bent u in uw beginjaren in de kunst gerold?

Ik stam uit een familie die nooit met kunst in aanraking kwam. Ik ben dus een buitenbeentje, want rond mijn vierde begon ik toch te tekenen. Ik ontmoette Jef Colruyt die als glazenier lesgaf in de avondschool in Halle. Eerst was ik zijn leerling, daarna hebben we onder meer voor de kapel in het Kasteel van Gaasbeek samen glaswerk gemaakt. Vervolgens liep ik school in Sint-Lucas en daarna trok ik naar de Koninklijke Academie in Brussel. Toen was de trein vertrokken.


Ado Hamelryck, Gesso en potlood op papier, 150x1000, 1980; courtesy: Ado Hamelryck

Maakte u vervolgens tabula rasa met uw formele opleiding?

Nog niet meteen. Die klassieke leergang met zijn plaasteren beelden en houtskooltekeningen was zeer belangrijk. Daarom ging ik nog een opleiding volgen aan het Hoger Instituut in Antwerpen. Daar begon ik met figuurschilderen met naaktmodellen, later was het de beurt aan landschap en marine. Ik was zoekende en werkte erg kleurrijk.

Na mijn legerdienst solliciteerde ik voor een job aan de Stedelijke Academie in Genk. Tot dan toe was Limburg bij wijze van spreken een plaats waar ik nog nooit van gehoord had. Dat moet rond ’68-’69 geweest zijn. Die ervaring veranderde mijn blik compleet. De confrontatie met mensen van de Research Group zoals Hugo Duchateau en Vincent Van den Meersch gaf mij een shock. Na verloop van tijd behoorde ik tot de zogenaamde Limburgse school.

Die ervaring heeft voor een verschuiving van het expressieve naar het meer rationele aspect in mijn kunst gezorgd. Het proces van beperking of reductie was in gang gezet. De impact van de abstractie groeide. Ook de kleur is geleidelijk weggevallen. Ik maakte toen een reeks “kubusomobielen”, naar een soort Zweeds speelgoed. Dat bestaat uit de fundamentele vormen: een balk, een kubus en een bol. En toen kreeg ik het idee om de vorm te laten vallen, mede omdat het motorische, het eigenlijke maken van mijn kunst, aan belang won. Vergeet niet dat op dat moment de conceptuele kunst hoogtij vierde.

Had u voorbeelden in die periode?

Niet direct. Ik stapte nogal autonoom en eenzaam door het leven. Nog altijd trouwens.

Gelijkgestemde zielen?

Natuurlijk. Rothko, Dan van Severen, Raoul De Keyser. Maar zij waren slechts gedeeltelijk voorbeelden, namelijk op het vlak van de reductie. Maar er is natuurlijk altijd wel beïnvloeding.


Ado Hamelryck, Conté potlood op papier, 145x145,1978; courtesy: Ado Hamelryck

Heeft u affiniteit met hedendaagse kunstenaars? Mensen als Fabre, Delvoye, Tuymans?

Niet meteen. Ik zit in een andere wereld. Een wereld vol stilte en contemplatie. Bijna mystiek, ook al is dat misschien een wat zwaar woord. Maar in vergelijking met die wereldse kunstenaars, leef ik in een klooster. Ook het financiële aspect verschilt. Voor mij is kunst fundamenteel geen economisch probleem. Niet dat ik naïef ben, zoals sommige mensen wel eens beweren. Maar dat kan toch niet je drijfveer zijn: kiezen voor de commerce. Bij mij gaat het net over de zin van de zinloze arbeid. En niet over hoe goed die te verkopen valt.

Kunst is niet utilitair?

Naar mijn gevoel is de democratisering van kunst niet goed gelukt. Het is een selectieve democratisering. Slechts enkelen zijn mediageniek.

Ado Hamelryck, voegpasta, bordverf, grafietstift op hout, 180x90, 1996 (serie van 4); courtesy: Ado Hamelryck

"U heeft zich in de armen van het zwart geworpen", om de curator van de expo in C-Mine Francis Smets te citeren. Was dat een bewuste, rationele keuze?

Ik vertelde u over die evolutie naar de beperking en naar het wegvallen van de kleur. Het was de uiterste consequentie. En dus een bewuste keuze.

Wat heeft u toch met dat zwart? Net zoals eskimo’s veel woorden voor sneeuw hebben, gebruikt u veel varianten van zwart?

Ik ervaar soms agressie tegen dat zwart wanneer ik tentoonstel. Kinderen worden soms bang. In onze opvoeding is zwart des duivels.

Een psychologische reflex?

Dat kan ook.

Staan mensen open voor dit pigment?

Er is nog een lange weg te gaan. Ook in andere culturen zoals in het hindoeïsme heeft zwart geen positieve connotatie. Ik ben verschillende keren in Nepal geweest om er mijn handgeschept papier aan te kopen. Tijdens die reizen wou ik een zwart tapijt laten maken. Omwille van de negatieve sfeer rond zwart is dat me niet gelukt.

Bijgeloof.

Precies. Maar ik vind het een van de mooiste en boeiendste kleuren. Zoals Van Gogh refereert naar 27 soorten zwart die Rembrandt, Hals of Velázquez zouden gebruikt hebben. Matisse zei: “Le noir c’est une couleur.” Ik vind ook van mezelf, wars van het zwart, dat ik een colorist ben. Ik maak materie zwart en hou me bezig met lichtinval, weerkaatsing en zo’n zaken.


Ado Hamelryck, Boek, pen, inkt, 1989-2009; courtesy: Ado Hamelryck

Uw werk is mysterieus.

Dat vind ik zeer belangrijk. In onze westerse maatschappij willen we alles demystifiëren. Dat heeft onder andere met de wetenschap te maken. Maar vooral met angst. Wij willen zekerheid. Kunst beantwoordt daar niet aan. Er zijn geen antwoorden. Laat die kunst maar zijn.

U bent geen fan van de kunstwetenschap?

Als gepensioneerd docent heb ik gemerkt dat we uiteindelijk meer cursussen aan het schrijven waren dan echt met de materie bezig te zijn. Alsof het anders niet voldoende wetenschappelijk onderbouwd zou zijn. Uit angst, om vat op de zaken te hebben. Beide visies zijn belangrijk, maar ze mogen niet met elkaar vermengd worden.

Kunstwetenschappen studeren is boeiend. Al bestaat het gevaar dat sommige kunsthistorici verklaren dat kunstenaar x theoretisch met de kleurenleer bezig was, terwijl dat misschien helemaal niet zo is.

U heeft uzelf een enorm moeilijke taak opgelegd door u tot zwart te beperken. Vraagt die beperking niet om een enorme verbeeldingskracht?

Dat is het goede aan de zaak, denk ik. Ik heb mij een beperking opgelegd en ik werk bij wijze van spreken met een boor. De diamater van die boor heb ik vastgelegd, dus wil en kan ik niet in de breedte werken, maar wel in de diepte. Ik moet ervaring opdoen door heel intens met mijn kunst bezig te zijn. Door te durven, de angst te verbannen en weerstand op te zoeken.

U moet een zeer geduldig man zijn.

Ik ben een beetje als een monnik in een klooster. Ik kan dat opbrengen. Mijn moeder zaliger was een beetje hyper, maar door te haken werd ze rustig. Wellicht is het genetisch bepaald, want ook mijn werk brengt me tot een bepaald stadium van rust. Zoals de runner’s high die de marathonloper ervaart. En daarna de fysieke neergang.
Ik vul bladen op en zit in een rationeel systeem. Ik werk volgens de stoomfluit: gedisciplineerd van negen tot vijf. Laten we zeggen dat ik geen muze nodig heb om te kunnen werken. Zoals een schrijver ook een vaste dagindeling kan hebben.


Ado Hamelryck, voegpasta, bordverf, grafietstift op doek, 200x150, 1993; courtesy: Ado Hamelryck

Hoe belangrijk zijn uw materialen?

Zeer belangrijk. Ik heb onlangs een werk in porselein gemaakt. Ik had daar een filosofie over: ik zou de olifant in de porseleinwinkel spelen. Ik ben de porseleinen tegels agressief te lijf gegaan, maar het materiaal was weerbarstiger dan ik. Het barstte zo gauw het in de oven kwam. Dat illustreert hoe belangrijk de kennis van de materie is. Ik leer door te ervaren en te mislukken. Het materiële aspect is dus het fundament.

Begrijpt de argeloze bezoeker iets van uw kunst?

Je ziet de mensen wel reageren. Soms is er een bepaalde vorm van agressie, zoals ik al vermeldde. Wat onbekend is, boezemt angst in. En dan gebeurt het dat er brokken gemaakt worden. Anderzijds heeft de materie een zinnelijke kant. Uit nieuwsgierigheid zitten sommige bezoekers dan te prutsen aan de werken. Waardoor hun handen zwart zien van het grafiet.

 


Ado Hamelryck, voegpasta, bordverf, grafietstift op hout, 125x100, 1997(serie van 3) ; courtesy: Ado Hamerlryck

Was u tevreden over de grote expo in Cultuurcentrum C-Mine in Genk? Vormde het een bekroning van uw oeuvre?

Ik was zeer tevreden, maar zie het niet als een bekroning. Anders begint dat een beetje op een begrafenis te lijken. Het kan evenzeer een nieuw begin zijn. In samenspraak met curator Francis Smets heb ik voor een beperkt aantal werken gekozen. Als fervent werker heb ik nogal een groot oeuvre. Dus wederom niet in de breedte, en niet chronologisch, maar puur op de kwaliteit gekozen. Ik was dus zeer tevreden.

Matthias Depoorter